Segregatiemonitor primair en voortgezet onderwijs 2024/’25
- Publicatie
- februari 2026
Het aandeel leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders blijft stijgen. Dat blijkt uit de segregatiemonitor van O&S voor schooljaar 2024/’25. Zowel in het primair onderwijs (po) als in het voorgezet onderwijs (vo) neemt dit aandeel al een aantal jaar toe. Inmiddels heeft 56 procent van de po- en vo-leerlingen hbo- of wo-opgeleide ouders. Daarnaast zit een steeds groter deel van de kinderen op een school met veel leerlingen met ouders die een hbo- of wo-opleiding hebben. Het aandeel po-leerlingen dat naar een gemengdere school gaat is de afgelopen jaren wel stabiel.

In schooljaar 2024/’25 gingen er ruim 60.500 leerlingen in Amsterdam naar een basisschool voor het regulier of speciaal basisonderwijs (primair onderwijs, po) en bijna 47.000 leerlingen naar een middelbare school (voortgezet onderwijs, vo).
Zowel in het po als vo stijgt het aandeel leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders al geruime tijd. In schooljaar 2024/’25 had 56 procent van de leerlingen in zowel het po als het vo hbo- of wo-opgeleide ouders, terwijl dit in schooljaar 2012/’13 nog 44 procent was in het po en 38 procent in het vo.
Amsterdam heeft een diverse leerlingenpopulatie. Zowel in het po als vo hebben zes van de tien leerlingen een migratieachtergrond. Vooral het aandeel leerlingen met een Europese migratieachtergrond is in de laatste tien jaar gegroeid.
Leerlingen zonder migratieachtergrond en leerlingen met een Europese migratieachtergrond hebben vaker hbo- of wo-opgeleide ouders dan leerlingen met een andere migratieachtergrond.
Onder po-leerlingen met een migratieachtergrond is het aandeel met hbo- of wo-opgeleide ouders gestegen. Dit geldt vooral voor leerlingen met een Marokkaanse, Turkse, Amerikaanse of Aziatische achtergrond. In het vo neemt het aandeel met hbo- of wo-opgeleide ouders onder alle groepen leerlingen toe.
Meer scholen met veel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders
Onderzoek en Statistiek meet in hoeverre leerlingen gesegregeerd naar school gaan. Dat doen we door Amsterdamse po- en vo-scholen in te delen in groepen op basis van het aandeel leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders. Vervolgens kijken we hoeveel leerlingen er in elk van deze groepen scholen zitten.
De stijging van het aandeel leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders is terug te zien in de samenstelling van de Amsterdamse scholen. Er zijn steeds minder scholen met heel weinig leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders (20 procent van de leerlingen of minder). Hierdoor is het totaal aantal leerlingen dat naar dit type gesegregeerde school gaat ook gedaald. Dat geldt zowel in het po als in het vo.
Kinderen van hbo- en wo-opgeleide ouders gaan daarentegen steeds vaker samen naar school. Het aantal scholen in het po en vo waar veel leerlingen hbo- of wo-opgeleide ouders hebben (meer dan 80 procent van de leerlingen) is toegenomen in de loop der jaren. In 2024/’25 zat ongeveer een kwart van de leerlingen in de stad op dit type gesegregeerde school, terwijl het tien jaar eerder in het po om 12 procent en in het vo om 2 procent ging.
In het po is het aandeel leerlingen dat naar een gemengdere school gaat sinds schooljaar 2020/’21 gestabiliseerd. Dat aandeel ligt sindsdien rond twee derde.
Po-leerlingen vaak in eigen stadsdeel naar school
Een groot deel van de leerlingen in het po gaat in hun eigen stadsdeel naar school. Dit deel is ook groter dan zes jaar geleden. Van de leerlingen met basisopgeleide ouders en leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders gaat 89 procent naar school in hun woonstadsdeel. Van de leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders gaat 84 procent in hun woonstadsdeel naar school.
Leerlingen die in stadsdeel Centrum wonen gaan gemiddeld iets minder vaak naar school in hun woonstadsdeel. Leerlingen die wonen in Weesp gaan juist vaker ook in Weesp naar school. In Nieuw-West, Noord en Zuidoost gaan leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders iets minder vaak in hun eigen stadsdeel naar school dan leerlingen met ouders met een ander opleidingsniveau.
Vo-leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders vaak naar school in Centrum/Zuid
De segregatie in het vo hangt samen met de niveaus die op de scholen worden aangeboden. Met name op categorale vwo-scholen (scholen waar alleen les op vwo-niveau wordt gegeven) ligt het aandeel leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders erg hoog. Dat aandeel is daar 87 procent en op havo/vwo-scholen 72 procent. Dit is een groot verschil met scholen die enkel praktijkonderwijs (16 procent) of vmbo (21-24 procent) aanbieden.
Deze verschillen naar schooltype zijn ook terug te zien in de leerlingenstromen door de stad. In Centrum en Zuid zijn de meeste categorale vwo-scholen te vinden. Van de leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders gaat de helft in Centrum of Zuid naar school, tegenover een kwart van de leerlingen met havo/vwo/mbo-opgeleide ouders en een op de zes leerlingen met basisopgeleide ouders. Leerlingen met basisopgeleide ouders of havo-vwo/mbo-opgeleide ouders gaan vaker in hun eigen stadsdeel naar school.