Geloof in cijfers
- Marretje Oomen, Laure Michon, Erkin Yildirim
- 3 juni 2026
In 2024 voelde 27 procent van de inwoners van de gemeente Amsterdam zich verwant met een godsdienst of een religieuze of levensbeschouwelijke stroming. Inwoners van alle leeftijdsgroepen zijn in de afgelopen jaren minder gelovig geworden. Welke ontwikkelingen zijn er verder als het gaat om geloof in Amsterdam?

Hoeveel Amsterdammers zijn gelovig?
Nog tijdens de volkstelling in 1879 gaven alle Amsterdammers aan bij een kerkgenootschap te horen. Vanaf de volkstelling van 1889 daalde het aantal gelovigen. Tijdens de laatste volkstelling in 1971 gaf 46 procent van de Amsterdammers aan bij een kerk te horen. Onder alle Nederlanders ging het toen om 77 procent.
Zie ook
De Nederlands-Hervormde Kerk was lange tijd de grootste stroming in Amsterdam. Vanaf de jaren dertig tot eind jaren negentig had de Rooms-Katholieke Kerk de meeste aanhangers. Inmiddels is het aandeel protestante inwoners bijna even groot als het aandeel katholieke inwoners.
In de jaren zeventig kwam de islam op in Amsterdam. Het aandeel Amsterdammers dat moslim is, nam sindsdien toe. In 2016 voelde 14 procent van de inwoners zich verbonden met de islam. Sindsdien neemt het aandeel af.
Ook het jodendom is in Amsterdam een belangrijke religie. In 1940, bij de inval van Duitse troepen, behoorde 10 procent van de Amsterdammers tot de Joodse gemeenschap, al dan niet in religieuze zin. Daarmee was Amsterdam de West-Europese stad met het grootste aandeel Joden. Na de bevrijding in 1945 bleek dat ruim 70 procent van de Joodse Amsterdammers vermoord waren in concentratiekampen. Sinds 1947 voelt nog maar 1 procent van de Amsterdammers zich verwant met het joodse geloof.
Tegenwoordig vraagt Onderzoek en Statistiek inwoners van de gemeente Amsterdam (hierna: Amsterdammers) in de Staat van de Stad-enquête naar hun geloof. In 2024 voelde 27 procent van de Amsterdamse volwassenen zich verwant met een godsdienst, religieuze of levensbeschouwelijke stroming. Landelijk lag dat aandeel in 2025 op 42 procent volgens het CBS.
Met name het aandeel Amsterdammers dat zich verwant voelt met het christendom wordt steeds kleiner. Inmiddels is 5 procent van de inwoners katholiek en 4 procent protestant (in 2024). Landelijk gaat het om 16 en 12 procent (in 2025). Daarnaast voelt nog 1 procent van de Amsterdammers zich verwant met een andere christelijke stroming. Bij elkaar opgeteld gaat het om 10 procent. Tien jaar geleden was dat nog 17 procent.
9 procent van de Amsterdammers voelt zich met de islam verwant. Dat aandeel groeide tussen 2006 en 2016, maar is nu kleiner dan 18 jaar geleden. Landelijk noemde in 2025 6 procent van de mensen zichzelf moslim.
Ook zijn er in Amsterdam nog kleine groepen joodse, hindoeïstische en boeddhistische inwoners. Overige genoemde religieuze en levensbeschouwelijke stromingen zijn bijvoorbeeld het humanisme en alternatieve praktijken, zoals mindfulness, New Age en andere vormen van persoonlijke spiritualiteit.
Sinds 2018 geven iets meer deelnemers aan de Staat van de Stad-enquête liever geen antwoord op de vraag over verwantschap met een religie. Er kunnen meerdere redenen zijn dat mensen geen antwoord geven op die vraag. Deelnemers die twijfelen over het geloof kiezen daar misschien voor. Ook kan het voor sommige mensen gevoelig zijn om aan te geven of ze gelovig zijn.
Zijn er verschillen tussen de stadsdelen?
In sommige stadsdelen zijn relatief veel meer inwoners gelovig dan in andere stadsdelen. Van de bewoners van Zuidoost voelt 41 procent zich verwant met een godsdienst of religieuze of levensbeschouwelijke stroming. Ook in Nieuw-West ligt dit aandeel met 38 procent relatief hoog. Bewoners van Centrum zijn het minst vaak gelovig; het aandeel ligt in het stadsdeel op 16 procent.
In West, Nieuw-West en Oost is het aandeel gelovige inwoners sinds 2018 met 8 tot 10 procentpunt het meest gedaald. In Zuidoost en Noord was de afname kleiner dan in de andere stadsdelen. In Centrum nam het percentage gelovige inwoners tegen de stedelijke trend in licht toe.
Er zijn ook verschillen tussen de stadsdelen als het gaat om de verschillende religies. Zo zijn bewoners van Zuidoost en van stadsgebied Weesp relatief vaak protestant en katholiek. Amsterdammers in Nieuw-West en Noord zijn juist relatief vaak moslim. Inwoners van Centrum, Zuid en Weesp voelen zich daarentegen juist minder vaak verwant met de islam dan gemiddeld.
Zijn er verschillen tussen leeftijdsgroepen?
Oudere inwoners voelen zich vaker verwant met een godsdienst of een religieuze of levensbeschouwelijke stroming. Van de Amsterdammers van 55 jaar en ouder is 31 procent gelovig, tegenover 24 procent van de 18- tot 29-jarigen en 25 procent van de 30- tot 54-jarigen.
Alle leeftijdsgroepen zijn in de afgelopen zes jaar minder gelovig geworden. Deze ontwikkeling is het sterkst onder inwoners tussen de 30 en 54 jaar. Het percentage gelovigen nam in deze groep met 8 procentpunt af tussen 2018 en 2024. In de jongste groep ging het om een afname van 4 procentpunt en onder Amsterdammers van 55 jaar en ouder om 3 procentpunt.
Voor alle leeftijdsgroepen geldt dat minder mensen zich tot elke religieuze stroming rekenen. Dat geldt met name voor de islam onder de jongste leeftijdsgroepen. Het aandeel mensen die de vraag over religie niet beantwoorden of het antwoord niet weten, is wel in elke leeftijdsgroep toegenomen.
Hoe vaak gaan gelovige Amsterdammers naar gebedshuizen of godsdienstige bijeenkomsten?
49 procent van de gelovige Amsterdammers gaat weleens naar een kerk, moskee of andere godsdienstige bijeenkomst. 37 procent gaat minimaal een keer per maand en 24 procent gaat een keer per week of vaker.
Van de Amsterdamse moslims gaat 45 procent minimaal een keer per maand naar een religieuze bijeenkomst en van de protestanten 43 procent. Katholieken gaan iets minder vaak; van hen bezoekt 28 procent minimaal eens per maand een kerk of bijeenkomst.