Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Staat van het Amsterdamse funderend onderwijs 2026

Hoe gaat het met de leerlingen en leraren op de 327 scholen in het Amsterdamse primair onderwijs en het voortgezet onderwijs? Dat heeft Onderzoek en Statistiek samen met het Samenwerkingsverband PO Amsterdam-Diemen en Samenwerkingsverband VO Amsterdam-Diemen onderzocht in opdracht van de schoolbesturen uit het primair en voortgezet onderwijs en de gemeente Amsterdam. De uitkomsten hiervan staan in De Staat van het Amsterdamse Funderend Onderwijs.

De resultaten uit dit onderzoek zijn samen te vatten in vijf hoofdlijnen:

1. Het onderwijs is divers, maar gesegregeerd naar opleidingsniveau van de ouders

In schooljaar 2025/’26 zijn er in de gemeente Amsterdam 232 scholen voor primair onderwijs met ruim 62 duizend leerlingen. Het gaat om regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Daarnaast zijn er in het voortgezet onderwijs 79 scholen met ruim 47 duizend leerlingen en 16 scholen voor voortgezet speciaal onderwijs met ruim 1.700 leerlingen.

Het aandeel leerlingen met hbo- of wo-opgeleide ouders blijft stijgen. Inmiddels heeft 56 procent van de leerlingen minimaal een ouder met een hbo- of wo-diploma. Deze leerlingen gaan steeds vaker vooral met elkaar naar school.

In het basisonderwijs gaan kinderen van hbo/wo-opgeleide ouders vaker naar montessorischolen en scholen voor vrijeschoolonderwijs. In het voortgezet onderwijs zijn er met name op categorale vwo-scholen en havo/vwo-scholen (scholen die alleen deze niveaus aanbieden) veel leerlingen met hbo-/wo-opgeleide ouders.

2. Het lerarentekort neemt af, maar blijft urgent

Het lerarentekort is zowel in het Amsterdamse primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs afgenomen. Ook is het in vergelijking met de andere grote steden laag. Alleen in het speciaal basisonderwijs is er nog een relatief groot tekort. In Zuidoost en Nieuw-West is het tekort ondanks een daling nog steeds het grootst.

De daling van het aantal kinderen in het primair onderwijs is waarschijnlijk een reden voor de afname van het lerarentekort daar. Scholen hebben minder leraren nodig. Ook draagt de Amsterdamse Lerarenagenda mogelijk bij aan de afname.

De verwachting is wel dat het lerarentekort over een paar jaar weer toeneemt. Het aantal leerlingen in het basisonderwijs neemt namelijk toe en er gaan meer leraren met pensioen.

3. Leerprestaties stijgen op basisscholen; op middelbare scholen is het beeld wisselend

Het aandeel basisschoolleerlingen dat het streefniveau haalt voor de basisvaardigheden lezen en rekenen stijgt. Voor taal daalt dat aandeel licht. Landelijk zijn de ontwikkelingen hetzelfde.

De vooruitgang in kennis en vaardigheden, de leergroei, die leerlingen tussen groep 5 en 7 doormaken, is in Amsterdam hoger dan landelijk. Maar de verschillen tussen Amsterdamse basisscholen blijven groot. Met name tussen scholen die veel leerlingen hebben met een risico op onderwijsachterstand, zijn er sterke verschillen. Dat is zorgelijk omdat de school juist voor deze leerlingen veel kan betekenen.

Met name in Zuidoost zien we verbeteringen: hier maken leerlingen tussen groep 5 en 7 gemiddeld de meeste leergroei door voor rekenen en spelling. Ook is het aandeel dat het streefniveau voor lees-, taal- en rekenvaardigheid haalt gestegen. Toch halen de leerlingen uit Zuidoost samen met de leerlingen uit Nieuw-West het minst vaak de streefniveaus voor de basisvaardigheden in de stad.

Op de Amsterdamse middelbare scholen is er geen verbetering in de leesvaardigheid. Dat geldt voor alle niveaus. Tweedeklassers in alle leerwegen van het vmbo scoren – net als landelijk – steeds slechter op Nederlandse leesvaardigheid en woordenschat. Hetzelfde geldt voor rekenen-wiskunde.

Bijna de helft van de vmbo-b/k-leerlingen heeft niveau 1F voor Nederlandse leesvaardigheid nog niet gehaald aan het einde van het tweede leerjaar. Dit is het niveau dat ze eigenlijk aan het einde van het basisonderwijs moeten beheersen. Voor rekenen-wiskunde haalt 63 procent van deze groep dit niveau niet. Het aandeel leerlingen in vmbo-g/t dat niveau 1F niet haalt, is gestegen naar 22 procent.

Ook op de havo gingen de Nederlandse leesvaardigheid en woordenschat achteruit in de afgelopen jaren. Voor rekenen-wiskunde verbeterden de scores van Amsterdamse havisten iets. De scores van Amsterdamse vwo-leerlingen zijn stabiel voor Nederlands en verbeterd voor rekenen-wiskunde. Landelijk zijn die scores gedaald.

4. Onderwijsuitkomsten zijn ongelijk verdeeld over de stad

De verschillen in onderwijsuitkomsten in de stad zijn groot. Scholen in Centrum en Zuid hebben het minste last van het lerarentekort. De meeste leerlingen krijgen hier een advies voor het vwo. In het vwo is de leesvaardigheid stabiel en verbeteren de rekenresultaten. Er blijven weinig leerlingen zitten en een hoog percentage van de eindexamenkandidaten slaagt.

Aan de andere kant is het beeld in de minder welvarende gebieden juist ongunstiger. Het lerarentekort is nog steeds het hoogst in Zuidoost en Nieuw-West, ondanks een daling. In deze stadsdelen halen leerlingen het minst vaak de streefniveaus voor de basisvaardigheden.

Leerlingen in Noord, Zuidoost en Nieuw-West krijgen het vaakst een advies voor vmbo-b tot en met vmbo-g/t. Juist op die niveaus dalen de resultaten voor lezen, woordenschat en rekenen. Ook blijven in deze stadsdelen de meeste leerlingen zitten en is het slagingspercentage het laagst. In deze stadsdelen groeien de meeste kinderen op in armoede. Juist voor hen zou de school een groot positief verschil kunnen maken.

5. Er zijn zorgen over het welzijn van meiden en over thuiszittende leerlingen

De cijfers over het welzijn van meiden in de stad zijn zorgelijk. Meiden ervaren vaker dan jongens psychische klachten en meer stress door school of huiswerk. Ze voelen zich vaker eenzaam en zijn minder weerbaar. Ook hebben ze vaker suïcidale gedachten dan jongens.

Daarnaast ligt het genotmiddelengebruik in de vierde klas hoger onder meiden dan onder jongens. Meiden geven vaker aan dat ze zelf vinden dat ze risico lopen op problematisch gebruik van sociale media. Vooral meiden op de havo en het vwo hebben veel last van psychische klachten en stress door school of huiswerk.

Daarnaast is het aantal thuiszittende leerlingen tussen 2020/’21 en 2024/’25 verdubbeld in zowel het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs. Thuiszitten komt voornamelijk voor in de middelbare schoolleeftijd.