Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

‘De situatie met de huisartsen in Amsterdam’ werd precair genoemd

Een op de twintig mensen zoekt een (andere) huisarts, zo concludeerde de Algemene Rekenkamer in 2025. Huisartsentekorten komen door de jaren heen vaker voor. Sinds de jaren zeventig hield de voorganger van Onderzoek en Statistiek bij hoeveel patiënten iedere Amsterdamse huisarts gemiddeld had. Zeggen die cijfers iets over vroegere huisartsentekorten in de stad?

Amsterdamse huisarts Wanrooy aan de telefoon met papierwerk voor zich, 27 mei 1986.
Amsterdamse huisarts Wanrooy aan het werk, 27 mei 1986. Foto: Rob C. Croes / Anefo, Nationaal Archief / Fotocollectie Anefo

Nederland kampt met een huisartsentekort volgens de Algemene Rekenkamer. Dat is niet voor het eerst. Eerder liet de Volkskrant in een artikel zien dat huisartsentekorten een terugkerend probleem zijn. Zo waren er in de jaren zestig en begin jaren zeventig ook grote zorgen over een oplopend tekort.

Destijds was het probleem het grootst in de grote steden, waaronder Rotterdam en Amsterdam. De krant De Waarheid schreef in 1967:

De situatie met de huisartsen in Amsterdam wordt precair genoemd. De laatste vijf jaar liep het aantal artsen met 39 terug. Alleen het laatste jaar al werd een vermindering met achttien artsen geconstateerd.

In de jaarboeken van het Bureau van Statistiek, de voorganger van Onderzoek en Statistiek, is te vinden dat er in 1970 in Amsterdam 359 huisartsen zijn op ruim 820 duizend inwoners. Dat komt neer op 4,4 huisartsen per tienduizend Amsterdammers.

De dichtheid van 4,4 huisartsen per tienduizend inwoners in 1970 is de laagste in de periode tussen 1970 en 2017. Op zichzelf zegt een lage huisartsendichtheid weinig over het al dan niet bestaan van een huisartsentekort. Zo speelt ook mee hoe groot het takenpakket van huisartsen in is en hoe gezond de bevolking is. Bovendien kan de situatie per praktijk enorm verschillen.

Het aantal huisartsen schommelt nogal over de tijd. En die schommelingen komen niet altijd overeen met de loop van de bevolking. Zo neemt vanaf halverwege de jaren zeventig het aantal huisartsen toe, terwijl de bevolking krimpt.

Daardoor neemt de huisartsendichtheid toe. In 1986 piekte de huisartsendichtheid. Er waren toen 7,2 huisartsen per tienduizend Amsterdammers. Vanaf de eeuwwisseling nam die dichtheid af. Twintig jaar na de piek in 1986 was de dichtheid weer afgenomen tot 5,0 huisartsen.

Verschillen binnen de stad

De huisartsen zijn in de jaren zeventig niet gelijk verspreid over de stad. Zo zijn er in 1970 in stadsdeel Nieuw Zuid (tegenwoordig Buitenveldert) 7,5 huisartsen per tienduizend inwoners. Ook in Oud Zuid zijn er relatief veel huisartsen. Aan de andere kant is de huisartsendichtheid aan de randen van de stad juist veel lager. Zo zijn er in de Bijlmermeer slechts 2,5 huisartsen per tienduizend inwoners. In de Westelijke Tuinsteden en in Noord zijn dat er 2,6 en in de landelijke gebieden 2,8.

Tussen 1970 en 1976 worden de verschillen tussen de stadsdelen kleiner. Juist in de stadsdelen waar de huisartsendichtheid het laagst was, komen er relatief gezien de meeste huisartsen bij. Daarna neemt het verschil weer toe. In 1985 is de huisartsendichtheid in Nieuw Zuid weer drie keer zo groot als in de landelijke gebieden.

Het aantal huisartsen neemt tussen 1970 en 1985 het meest toe in de Bijlmer. Werken er in 1970 slechts 3 huisartsen, vijftien jaar later zijn dat er 36. Relatief gezien is die groei veel kleiner: van 2,5 huisartsen per tienduizend inwoners in 1970 naar 5,3 in 1985. De Bijlmer is een nieuw stadsdeel dat in deze periode nog in aanbouw is. Veel nieuwe inwoners vestigen zich er en daarom beginnen huisartsen er een praktijk.

In alle andere stadsdelen krimpt de bevolking. Daardoor en doordat er in de meeste stadsdelen nieuwe huisartsen bijkomen, neemt overal de huisartsendichtheid toe, behalve in Nieuw Oost (tegenwoordig de Watergraafsmeer). Daar vertrekken zeven huisartsen, waardoor de dichtheid tussen 1970 en 1985 afneemt van 5,5 naar 4,7 per tienduizend inwoners.

In de jaarboeken kunnen we tot en met 2017 vinden hoeveel huisartsen er precies waren in ieder stadsdeel. De verschillen in het aantal huisartsen per inwoner zijn dan een stuk kleiner geworden tussen de stadsdelen. Inmiddels is de huisartsendichtheid in Zuidoost het hoogst van de hele stad.

Volgens de Algemene Rekenkamer zijn er meerdere oorzaken van het huidige landelijke huisartsentekort. Aan de ene kant groeit de vraag naar huisartsenzorg doordat de bevolking groeit en vergrijst. Daarnaast hebben huisartsen er steeds meer taken bij gekregen. Aan de andere kant werken huisartsen minder dan vroegen, stoppen zij vaker vanwege de hoge werkdruk en kiezen minder artsen voor de huisartsenopleiding. Dit bericht van Het Parool uit 1971 zou zo opnieuw in de krant kunnen staan:

In hun rapport stellen de huisartsen vast, dat er in ons land momenteel een tekort is van 750 huisartsen. Dit tekort wordt gestaag groter omdat het aantal huisartsen dat de zeven medische faculteiten jaarlijks afleveren niet opweegt tegen de factoren die het bestaande huisartsenbestand doen inkrimpen.