De doorstroomtoets en basisvaardigheden in groep 8
- Shy Moehamatdjalil, Mathilde van Rijsewijk en Merel van der Wouden
- 9 maart 2026
Op de basisschool krijgen alle leerlingen een schooladvies voor het voortgezet onderwijs. Leerlingen krijgen in groep 8 eerst een voorlopig schooladvies. Daarna maken ze een toets die het lees-, reken- en taalniveau vaststelt. Soms kan de toets nog tot een ander advies leiden. In dit artikel beschrijven we welke adviezen Amsterdamse groep 8-leerlingen krijgen. En we gaan in op de lees-, reken- en taalniveaus.

In groep 8 maken alle leerlingen een toets waarmee hun basisvaardigheden voor lezen en rekenen worden getoetst. Tot en met schooljaar 2022/’23 heette de toets de Centrale Eindtoets. Sinds schooljaar 2023/'24 heet deze de doorstroomtoets. Het toetsadvies dat hieruit volgt, is soms hoger dan het voorlopige schooladvies. Sinds 2023/’24 zijn scholen na een hoger toetsadvies verplicht om het schooladvies bij te stellen.
In schooljaar 2024/’25 kwam uit de doorstroomtoets bij een vijfde van de Amsterdamse leerlingen een hoger advies. Dit aandeel is redelijk stabiel over de jaren heen. In Nederland ligt dit aandeel hoger; in schooljaar 2024/’25 kwam uit de doorstroomtoets bij bijna een derde van de leerlingen een hoger advies. Bij ongeveer de helft van de Amsterdamse leerlingen kwam uit de toets een lager advies. Dit aandeel heeft altijd al hoog gelegen in Amsterdam in vergelijking met de rest van Nederland.
Bij een hoger toetsadvies heeft een leerling recht op heroverweging van het schooladvies. Scholen hoefden tot schooljaar 2023/’24 het advies na heroverweging niet bij te stellen. Sindsdien zijn zij hier wel toe verplicht. Alleen bij uitzondering kan de school besluiten het schooladvies te laten staan. Dat kan als de school vindt dat het niet in het belang van de leerling is om dit advies bij te stellen en dat ook kan onderbouwen.
Tussen schooljaar 2020/’21 en 2022/’23 kreeg ongeveer de helft van de Amsterdamse leerlingen na een hoger toetsadvies een bijgesteld hoger schooladvies. In 2023/’24, toen het voor het eerst verplicht was om het advies bij te stellen, gold dit voor 87 procent van de leerlingen.
Het aandeel leerlingen met een hoger toetsadvies verschilt sterk per stadsdeel. In Zuidoost viel de doorstroomtoets bij een derde van de leerlingen hoger uit, en in Noord bij drie op de tien leerlingen. Dit is relatief hoog, gemiddeld gebeurt dit bij een vijfde van de leerlingen in de stad. In Centrum, Nieuw-West, Oost en Zuid kwam uit de doorstroomtoets bij relatief veel leerlingen een lager niveau.
Het aandeel leerlingen op Amsterdamse scholen dat een hoger toetsadvies behaalt dan het voorlopig schooladvies verschilt per jaar. We beschreven hierboven dat het aandeel leerlingen dat een hoger toetsadvies behaalt het hoogst is in Zuidoost en Noord, maar in Zuidoost nam dit aandeel wel af van 42 procent in 2023/’24 naar 33 procent in 2024/’25. In Weesp is het aandeel na een sterke daling tot 13 procent in schooljaar 2023/’24 weer toegenomen naar 21 procent in schooljaar 2024/’25.
Het grootste deel van de Amsterdamse groep 8-leerlingen krijgt een advies voor vwo. In schooljaar 2024/’25 ging het om 28 procent. Dit aandeel is weer licht gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Meer dan de helft van de leerlingen (56 procent) gaat met een havo- en/of vwo-advies op zak naar het voortgezet onderwijs.
Leerlingen kunnen ook een advies krijgen op twee niveaus, zoals vmbo-t/havo. Dat heet een dubbeladvies. Sinds de invoering van de doorstroomtoets in schooljaar 2023/’24 worden er meer dubbeladviezen afgegeven. Dit komt doordat de toets alleen nog dubbele adviezen geeft, op het enkele vwo-advies na.
Basisvaardigheden lezen en rekenen
Met de doorstroomtoets worden de basisvaardigheden voor lezen en rekenen getoetst. Landelijk is vastgelegd wat leerlingen moeten kunnen als het gaat om lezen, taal en rekenen-wiskunde. Er zijn twee niveaus: het fundamentele en het streefniveau. Het fundamentele niveau is de basis die zoveel mogelijk leerlingen moeten beheersen. Het streefniveau is voor leerlingen die meer aankunnen.
Het aandeel Amsterdamse leerlingen dat het streefniveau haalt, verschilt per type vaardigheid. Dat aandeel ligt het hoogst voor leesvaardigheid. In 2024/’25 haalde 74 procent van de leerlingen dit streefniveau, net als in de rest van Nederland. Dit aandeel is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van het jaar ervoor. Een kwart van de leerlingen behaalde in 2024/'25 alleen het fundamentele niveau voor leesvaardigheid.
Het aandeel leerlingen dat het streefniveau voor taalvaardigheid haalt, is gedaald. In schooljaar 2024/’25 haalde 56 procent van de leerlingen dit streefniveau ten opzichte van 59 procent in schooljaar 2021/’22. In de rest van Nederland zien we een vergelijkbare daling; daar haalt 55 procent dit streefniveau. Vier op de tien leerlingen behaalden in 2024/'25 niet het streefniveau maar wel het fundamentele niveau voor taalvaardigheid.
Voor de vaardigheid rekenen haalt het kleinste aandeel leerlingen het streefniveau. Dit aandeel is de afgelopen jaren wel gestegen. In schooljaar 2021/’22 haalde 42 procent van de leerlingen dit niveau. In 2024/’25 was dat 47 procent. Dit aandeel ligt hoger dan in de rest van Nederland, waar gemiddeld 43 procent het streefniveau voor rekenen haalt. 45 procent van de leerlingen behaalde in 2024/'25 alleen het fundamentele niveau voor rekenvaardigheid.
Toetsaanbieders
Basisscholen kunnen voor de doorstroomtoets kiezen uit diverse toetsaanbieders. Sinds schooljaar 2023/'24 is er één landelijke normering die geldt voor alle toetsen.
Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) concludeerde in 2025, net als het jaar ervoor, dat er sprake is van verschillen tussen de toetsen als het gaat om de prestaties van de leerlingen. Zo zijn er verschillen in de toetsadviezen die leerlingen krijgen tussen de verschillende toetsen. Ook verschillen de percentages leerlingen die de referentieniveaus hebben behaald. Verschillende factoren zijn van invloed op de resultaten en het CvTE blijft dit onderzoeken.
Het aantal scholen dat kiest voor de toets van Cito is in de afgelopen jaren afgenomen, maar dit lijkt te stabiliseren. Cito maakte tot schooljaar 2022/’23 de Centrale Eindtoets (CET) en vanaf 2023/’24 de Leerling in beeld-toets (LiB). Toch is de toets van Cito nog steeds het meest populair. In schooljaar 2024/’25 maakte 62 procent van de Amsterdamse scholen gebruik van deze toets.
Steeds meer scholen kiezen voor de IEP-toets. In 2024/'25 maakten de leerlingen op een kwart van de scholen de IEP-toets. Landelijk worden de Leerling in beeld-toets en de IEP-toets ook het meest gebruikt, maar dan door respectievelijk 44 en 40 procent van de scholen.